Op tijd klaar, vroeg naar huis
Aan de ene kant is daar een opdrachtgever. Aan de andere kant een producent. De klant zegt: ik wil mijn product vrijdag hebben. De producent zegt: dan moet je op maandag leveren. Ik zeg tegen de klant: dan moet je op maandag leveren. De klant zegt: prima. Ik zeg tegen de producent: prima. Dinsdag bel ik de producent: ik heb nog niks. De klant zegt niets. De producent zegt: waar blijft de input. Ik zeg: sorry, dat weet ik niet. De producent zegt: dan kan ik niet op vrijdag leveren. Ik zeg tegen de klant: ze kunnen niet op vrijdag leveren. De klant zegt: het moet. Ik zeg tegen de producent: het moet. De producent zegt: dat kan niet. Ik bel de klant: iedereen is al naar huis. Ik bel de producent: iedereen is al naar huis.
En nu ga ik slapen, bekijk het allemaal maar.
